Clubavond 26 maart en 9 april

Deze twee avonden stonden geheel in het teken van "Beeldexpressie". Het zou teveel omvattend zijn om hier alles tot in detail te verwoorden. Met veel verve probeert Henk van de Meeberg ons anders te leren kijken.

En dat alles met de bedoeling om niet aleen mooie opnamen te maken, maar terwijl je opneemt te bedenken welke beelden je nodig hebt bij de montage. Immers als je bij het monteren bepaalde beelden mist, dan kun je die er niet (even) bij maken.


Beeldexpressie

  • Expressie in film heeft in veel gevallen te maken met de camera-regie en cameravoering.
  • Cameraregie geeft sturing aan de cameravoering. Cameraregie is het bedienen van de camera en bepaalt de impact van de cameravoering op het geheel van een film.
  • Bij cameravoering zijn de volgende zaken van belang: Kader, Beweging, Standpunt. Deze bepalen voor een belangrijk deel de emotie.
  • De volgende zaken versterken de emotie: Spel, Montage, Decoupage, Actie, Informatie.


Hoe was 't ook alweer?  Doelstelling van film:

  • Overdragen van gedachten, ideeën en gevoelens.
  • Als “gereedschap” hanteert de filmer hiervoor allerlei expressiemiddelen.
  • Deze vormen de filmtaal

 

Het ultieme doel van de filmmaker:

  • Mensen te boeien, te ontroeren, te amuseren en te informeren.
  • Boeien staat voorop. Want als een film niet boeit kan hij ook nauwelijks ontroeren, amuseren en informeren.
  • In een goede film is, naast het boeien, ook nog sprake van andere elementen.

     

    boeien en ontroeren              -> dramatische speelfilm, docudrama

    boeien en amuseren              -> animatiefilm, humoristische speelfilm

    boeien en informeren            -> documentaire, rapportage, reisfilm, instructiefilm

     

    Aan die voorwaarden voldaan!  
    Is het dan een goede film?

    Nee dat hoeft niet, er hoort nog één voorwaarde aan toegevoegd te worden nl; het boeien, ontroeren, amuseren en informeren moet overwegend het gevolg zijn van het aanwenden van filmspecifieke expressiemiddelen.


    Voorbeeld: Iemand vertelt een boeiend verhaal.
                 Vanuit één camerastandpunt opgenomen.
                 De kijker raakt geboeid, maar niet door het medium film.
    De filmbeelden hebben niets aan het verhaal toegevoegd! Het is slechts een registratie.
    De ontroering wordt door de expressiemiddelen van de taal opgeroepen, filmspecifieke expressiemiddelen zijn niet toegepast.
     
    Boeien door filmspecifieke expressiemiddelen
    Eenvoudig voorbeeld:
    • Opening met verteller, die de aanzet geeft voor het verhaal.
    • Flashback die het verhaal overneemt in beelden en dit verder ook weer in beelden uitwerkt.
    • Aan het einde komt verteller weer in beeld en spreekt de slotzin van het verhaal uit.

Als de film nog steeds boeit en ontroert, voldoet deze aan de voorwaarde dat de gevoelens
welke in overwegende mate opgeroepen zijn door de aanwending van filmspecifieke expressiemiddelen.

 

Expressiemiddelen van de filmer.

  • Film is primair een visueel middel.
  • Middelen die de volgorde, de samenhang en zeggingskracht van filmbeelden bepalen, noemen we filmspecifieke expressiemiddelen.
     
    Resumerend:
    Het doel van een film is de toeschouwer te boeien, ontroeren, amuseren en/of te informeren.
    Dit kan het best worden gerealiseerd door aanwending van filmspecifieke expressiemiddelen en ‘sprekende shots’.
     
    Sprekende shots:
    Objectief shot   (Laat iets zien)
    Het begrip verklapt al een klein beetje de betekenis. Een ander woord voor objectief is afstandelijk of onpartijdig. Het beeld kiest bewust geen kant van het verhaal. Deze cameravoering heeft ogenschijnlijk geen directe invloed op de kijker. Het beeld is neutraal.
     
    Subjectief shot (Laat iets zien en beleven)  
    Dit fenomeen is je vast bekend, je ziet het verhaal door de ogen van de (hoofdrol)speler. Jij als kijker waant je in de handeling van een bepaald personage of ding.
     
    Narratief shot  (Laat iets zien, beleven en meedoen)  
    De camera doet dienst als verteller. De camera neemt actief deel aan de handeling. Deze beweegt bijvoorbeeld mee met het personage, dier of ding.

 

Noem film-specifieke expressiemiddelen

  • Cameravoering   (Objectief – Subjectief – Naratief)
  • Vormgeving        (Boeiend begin – Onderhoudend middenstuk – Verrassend einde)         
  • Structuur           (Mono - Paral – Luik - FlashB – Lin – N-Lin - H+Pr=O - HGH)   
  • Montage
  • Timing/ritme
  • Kleur/licht
  • ?
  • ?
  • ?

HGH = Het Geheim van Hollywood = H (K2 > K1) + Pr = P5

We gaan een opdracht uitvoeren, in groepjes van drie personen. Maak in onderling overleg de onderstaande shots, van één en dezelfde persoon(en) of ding(en):

  • Objectief shot
  • Subjectief shot
  • Naratief shot
  • ODS shot (Over De Schouder)
  • Shot - Tegenshot
  • Een shot dichtbij de emotielijn
  • Een shot ver van de emotielijn